Uit: ‘Misschien wisten zij alles’ door Toon Tellegen, Querido, 2001
De verjaardag van het nijlpaard
Tijdens zijn verjaardag sliep het nijlpaard.
De dieren vierden feest op hun tenen. Heel voorzichtig legden ze hun cadeaus neer en gingen aan tafel zitten. Geruisloos aten ze de taarten die klaarstonden. Ze hoorden het nijlpaard regelmatig en tevreden ademhalen en ze fluisterden in elkaars oren: ‘Niet smakken.’
Daarna dansten de dieren die onhoorbaar konden dansen en nooit op elkaars tenen trapten.
De olifant zat langs de kant en keek verdrietig naar de eekhoorn, die met de vlinder danste. Ik kan wél onhoorbaar dansen… dacht hij. Maar de dieren gebaarden hem stil te blijven zitten en ook niet wat rond te lopen.
De lijster ging op de onderste tak van de esdoorn zitten en wenkte de dieren om zich heen. Heel zachtjes zong hij een liedje dat de dieren alleen konden horen als ze hun oren vlakbij zijn snavel hielden.
Daarna gingen ze allemaal naar huis. Ze knikten nog even in de richting van het nijlpaard en slopen weg. ‘Wel een kalme verjaardag,’ fluisterde de eekhoorn. ‘St,’ fluisterde de mier. ‘Ja.’
Het nijlpaard werd pas wakker toen de olifant, op zijn tenen, heel voorzichtig lopend, met een enorme dreun tegen de eik opbotste en ‘au’ riep. Het nijlpaard stak zijn hoofd omhoog en zei: ‘Waar ben ik?’ Er kwam geen antwoord. Er klonk alleen nog drie keer, zo zacht mogelijk: ‘au.’
Het nijlpaard keek om zich heen en zag de stapel cadeaus, in een hoek, onder de esdoorn, en de resten van taarten op zijn lange tafel. Toen herinnerde hij zich weer dat hij jarig was.
‘Waar zijn jullie?’ riep hij. Alleen de olifant hoorde hem nog. ‘Ik ben hier!’ riep hij. ‘Ik heb een bult op mijn hoofd!’ Een bult, dacht het nijlpaard, daar heb ik niets aan. Hij ging op de grond zitten en begon zijn cadeaus uit te pakken.
Er was een rode trui bij met vier lange mouwen. ´Wat mooi,’ zei het nijlpaard. Hij trok de trui aan en danste even op zijn achterbenen in het rond, in de schemering, aan het eind van zijn verjaardag.