Zenuwenbedoening

Net had ik eventjes de tv aan. Vijf minuten. Waarom doe ik dat eigenlijk. Het ding is niet gezellig, het is niet leuk, het is niet lief. Niet echt. Het is dom. De reclame is een ongelooflijke zenuwenbedoening. Hoogst onsympathiek, ook nog eens. Het is geen wonder dat de maatschappij verziekt, als het normaal is om zich daaraan bloot te stellen. Ikzelf word er onmiddellijk knetter van.

Zo. Die blijft het komend halfjaar weer uit.

21 September 2009
By on 18:05
Kattenfluisteraar

"E., wil jij alsjeblieft Frontline in de kat zijn nek aanbrengen? Ik kreeg het laatst niet voor elkaar."

E. is een goede ex van me en hij is kattenfluisteraar. Nou ja, fluisteren. Eerst breekt hij de pipet met antivlooienmiddel open, "knák!", recht in het zicht en het gehoor van Oezeele. Bij mij stuift de kleine zwarte panter dan al weg. Bij E. blijft ‘ie rustig soezen in de vensterbank. E. loopt, gewoon door-babbelend, op de kat af, grijpt hem kalm doch ferm bij de lurven en mijn ogen knikkeren haast uit kun kassen van verbazing dat het normaliter wat schichtige dier zich even later gewillig laat behandelen met dat natte stinkspul. Oezeele kijkt daarna niet eens zó kwaad naar E.

"Zo," zegt E. "Nu heb jíj het in elk geval niet gedaan."

Daarom is E. natuurlijk nog altijd goede vrienden met ondergetekende kattenkop. Waar katten elkaar lang niet altijd begrijpen, begrijpt  E. katten nou eenmaal altijd wel. Snappen doe ik het niet, maar het is wel mooi, zo’n kattenfluisteraar.

20 September 2009
By on 08:26
Meute

Het is alweer helemaal uit. De flitsmeute. Nou heb ik juist wel een voorkeur voor dingen die uit zijn. Daar heb je namelijk altijd meer keus uit, dan uit dingen die in zijn.

Ik voel wel wat voor een flitsmeute op zaterdag 24 oktober a.s. om 16 uur stipt, voor de ingang van Herberg het Oude Loo te Hoog Soeren. Wie filmt er? Om één over vier stipt verlaat een ieder dan de spot weer. Echt maar één minuut hoor. Het moet ook flitsend blijven voor de kijkers thuis.

Zo. Dat is ook weer geregeld. Zegt het voort! Ik zie het resultaat wel op JoeTjoep. Jahaa, dacht u nou werkelijk dat ik mij vrijwillig in een meute begeef? Al is het nog zo’n landelijke omgeving en al is de meute nog zo petieterig.

Nu nog even een flitsende activiteit verzinnen voor de meute om te doen. Dat was altijd de bedoeling, toch he, van een flitsmeute. Dat er een doldwaze activiteit gedaan werd.

Maar komaan, het loopt alweer tegen de klok van elven. Ik ga eens onder zeil. Tussen de veren. Op één oor.

19 September 2009
By on 21:08
Lezers

Lang iedereen veel om webloggen. Daarom het slechts helft de aan wenden. Daarmee men toe. U toch ik zeggen? Ziet wel!

Ik dat lezen Kafka brein maakt, hij kronkels. Lezers zelf. Ik dat maar, dan anders. Daarvan u slimmer!

Gisteren ik ontslag. Mack mij halfzes. We eerst naar voor BigMac. Tijdens goed met zei dat soms ervan dat dingen mijn verzonnen. Zoals de in kerk echt dat Gengis Khan. Dat ik deze rechtzetten. Niets mijn is. Alles echt ik. Wat ik zelf hebben ik bij fantaseerde? Dan mijn leugenachtig, daar niemand aan. Trouwens, bijzonders ik niet. Dat best.


By on 08:15
Schuld

Het is nu zo’n maand geleden. Hij stond met zijn kale kop in een advertentie in het blad Happinez. De Hindoestaans-Surinaamse "paragnost". Zij is 24 jaar jong, mooi, lief, psychotisch en wanhopig. Pijn gedaan door haar ouders. Door mannen, vooral één bepaalde man, een Italiaan. Nu was ze haar `ik` verloren. Ze liep de hele dag te ijsberen door de tuin met verwarde haren en een afzakkende joggingbroek. Het lukte haar bij maaltijden niet om langer dan vijf minuten aanwezig te zijn. Maar als ik met haar sprak zag ik een normale, heel lieve jonge vrouw. Een vrouw met pijn tot in haar botten.

Op een zondag was ze naar Amsterdam gegaan. Ze zag er voor de verandering wat verzorgder uit. Ze bleef lang weg. Toen ze giechelend terug kwam wist ik direct hoe laat het was. Waar ik de hele middag bang voor was geweest, was gebeurd. De "paragnost" had haar "geholpen".

Ik was sowieso één en al mannenhaat, toen ik hier pas was opgenomen, dus hier keek ik totaal niet van op. Wat hadden we anders moeten verwachten, dan dat de "paragnost" zo´n mooie, jonge en wanhopige vrouw onmiddellijk zou misbruiken?

"S. Hij heeft je misbruikt," constateerde ik op zakelijke toon. Maar nee hoor, ze was haar ´ik´ immers toch al verloren? Ze bleef giechelend zeggen dat het gewoon leuk was geweest en haar helemaal geen pijn deed. "Ik vóel tenminste weer iets," zei ze. Ik wist wel beter en hield vol dat hij op de meest grove wijze misbruik had gemaakt van haar extreme kwetsbaarheid en haar behoefte aan heling. Ik lichtte een verpleegkundige in en bemoeide me er niet meer mee.

Zonet kwam ik haar weer tegen (ze verblijft op een andere afdeling dan ik). Het gaat ietsje beter met haar, zei ze. Ik vroeg of ze nog naar die man was geweest. "Nee," zei ze. "Ik wil aangifte tegen hem doen. Maar ik ben bang dat het te laat is. En het meest ben ik bang voor het feit dat mijn ouders er bij de rechtszaak achter zullen komen wat er is gebeurd." Ik heb haar op het hart gedrukt dat er voor seksueel misbruik een lange verjaringstermijn geldt en haar voorts één ding ingepeperd: "Het was NIET JOUW SCHULD!!!"

17 September 2009
By on 10:06
Onthuld

Eens ontmoette ik een onbekende man. Die liep in een hawaishirt en met een witte elektrische gitaar zonder snaren door het middenpad van de kerk en bleef in grote vertwijfeling voor de H. Maagd staan. Daarna ging hij voor het altaar op zijn buik liggen huilen.

Het was tijdens een viering. Weliswaar bijna aan het eind, maar niemand deed iets. Men schuifelde hooguit wat ongemakkelijk in de banken of staarde angstvallig naar het theaterstukje dat hier werd opgevoerd. Na de viering liep iedereen in een boogje om hem heen. Ik nam de onbekende man dus maar mee naar de parochietuin (ik ben wel gewend aan gekken) en praatte met hem totdat de inmiddels gebelde pastor terug was van een juist afgelopen viering in een belendende parochie.

Tegen de tijd dat onze zielzorger er was, had de onbekende man mij z’n identiteit onthuld: ik moest weten dat hij eigenlijk Gengis Khan was.


By on 06:50
Tenen

Uit: ‘Misschien wisten zij alles’ door Toon Tellegen, Querido, 2001

De verjaardag van het nijlpaard

Tijdens zijn verjaardag sliep het nijlpaard.

De dieren vierden feest op hun tenen. Heel voorzichtig legden ze hun cadeaus neer en gingen aan tafel zitten. Geruisloos aten ze de taarten die klaarstonden. Ze hoorden het nijlpaard regelmatig en tevreden ademhalen en ze fluisterden in elkaars oren: ‘Niet smakken.’

Daarna dansten de dieren die onhoorbaar konden dansen en nooit op elkaars tenen trapten.

De olifant zat langs de kant en keek verdrietig naar de eekhoorn, die met de vlinder danste. Ik kan wél onhoorbaar dansen… dacht hij. Maar de dieren gebaarden hem stil te blijven zitten en ook niet wat rond te lopen.

De lijster ging op de onderste tak van de esdoorn zitten en wenkte de dieren om zich heen. Heel zachtjes zong hij een liedje dat de dieren alleen konden horen als ze hun oren vlakbij zijn snavel hielden.

Daarna gingen ze allemaal naar huis. Ze knikten nog even in de richting van het nijlpaard en slopen weg. ‘Wel een kalme verjaardag,’ fluisterde de eekhoorn. ‘St,’ fluisterde de mier. ‘Ja.’

Het nijlpaard werd pas wakker toen de olifant, op zijn tenen, heel voorzichtig lopend, met een enorme dreun tegen de eik opbotste en ‘au’ riep. Het nijlpaard stak zijn hoofd omhoog en zei: ‘Waar ben ik?’ Er kwam geen antwoord. Er klonk alleen nog drie keer, zo zacht mogelijk: ‘au.’

Het nijlpaard keek om zich heen en zag de stapel cadeaus, in een hoek, onder de esdoorn, en de resten van taarten op zijn lange tafel. Toen herinnerde hij zich weer dat hij jarig was.

‘Waar zijn jullie?’ riep hij. Alleen de olifant hoorde hem nog. ‘Ik ben hier!’ riep hij. ‘Ik heb een bult op mijn hoofd!’ Een bult, dacht het nijlpaard, daar heb ik niets aan. Hij ging op de grond zitten en begon zijn cadeaus uit te pakken.

Er was een rode trui bij met vier lange mouwen. ´Wat mooi,’ zei het nijlpaard. Hij trok de trui aan en danste even op zijn achterbenen in het rond, in de schemering, aan het eind van zijn verjaardag.

16 September 2009
By on 17:56
Leer

Net stond ik te janken als een verdrietig kind, omdat ik onterecht op mijn kop kreeg van een – mag ik gerust wel zeggen – antroposofisch fossiel. Een ouderwetse verpleegkundige, medewerkster van het eerste uur en recht in de leer, die nu alleen nog af en toe op oproepbasis werkt en niet meer goed op de hoogte is van de dagelijkse ins en outs.

Aangezien ik aan mijn zachte kant werk, daartoe mijn bunker met opzet "kwijt" ben, maar nog geen middenweg heb gevonden tussen keiharde zelfverdediging en totale kwetsbaarheid, werd ik zonet dus geconfronteerd met dat laatste: grote kwetsbaarheid en nauwelijks bescherming. Iets om me eigenlijk voor te schamen, zo zou ik tot voor kort hebben gedacht. Want het was geen drama wat er zich afspeelde. Nóg schaam ik mij wel een klein beetje voor mijn kwetsbaarheid. Dus ik: van schaamte nog meer janken en snel de kamer uitstiefelen.

Volgens de groep was dit echter een groot leermoment voor mij. Dat zei men toen ik, nog na-sniffend, terug kwam. Ik leer dat niemand mij stom, eng of zwak vindt als ik zo kwetsbaar blijk. Juist niet. Maar wel, als ik van me af trap.

En die middenweg, dat ik mij rustig weet te verdedigen zonder scherven te maken, die komt vanzelf.

15 September 2009
By on 19:02
Goeie

Mijn dierenliefde is groot.

Als ik buiten ben en er vliegt een vogel over, dan zwaai ik wel eens kort boven mijn hoofd en zeg achteloos hai, zoals collega’s dat doen in wandelgangen. Ik verbeeld me dan dat die vogel terug hai zegt. Of het zo is weet ik nooit; die gasten vliegen te hoog om het zeker te weten.

Ik mis Oezeele, mijn kleine dappere zwarte snorrekop. Als vervanging heb ik vriendschap gesloten met een stelletje pauwen dat hier rondscharrelt. Eéntje die elke ochtend op het gras of tussen de heidebeplanting voor het raam van de slaapzaal zit, eet dagelijks biologisch-dynamische muesli uit mijn hand. Hij pikt eerst de noten eruit, dan de rozijnen, dan de zonnebloempitten en als hij erg veel honger heeft lust hij ook nog wel een beetje van de havermout. Het is al net zo’n prachtig dier als mijn Oezeele.

"Goeie vogel he," zeg ik dan. "Knappe vogel." Alle dieren die ik aandoenlijk vind zijn "goeie" (vul naam diersoort in). Een goeie hond. Een goeie geit. Of: een knappe kat. Een knappe kalkoen.

Sinds ik officieel katholiek ben – dat is nu ruim acht jaar – sta ik vaker stil bij naamdagen. De mijne valt op 4 oktober, de sterfdag van Franciscus van Assisi en daar ben ik blij mee, want de dag is bekend als dierendag.

14 September 2009
By on 09:03
Hartstreek

De meeste verpleegkundigen hier zijn schatten. Niet dom ook. Toch moet ik volgens één van hen "als ik last heb van een existentioneel probleem, mij wenden tot de psychiater."

Mijn psychiater is een slordige man. Overal in zijn kamer liggen de papieren te slingeren. Zijn bureau kun je haast niet meer zien. Het lijkt aandoenlijk, zo’n wanordelijke doch beleefde briljanticus, maar door zijn verstrooidheid slokt hij vaak veel van mijn tijd op.

Ik heb me maar eens vervoegd bij de antroposofische somatisch arts. Die vrouw is allesbehalve wanordelijk. Zelfs zonder bril ziet zij dwars door een mens heen. "Wat jij nodig hebt als softie," sprak zij, "dat is een afweerlaagje om je gewonde hart. Niks geen harde bunkers meer, maar de soepele bescherming van een leren jasje." Zij heeft mij een zalf gegeven met daarin goud, rozen en lavendel. Daar moet ik een tijd mee doorsmeren op de hartstreek.

Over hartstreek gesproken. Ik heb Shiny gezien. Geliefden, tja, dát was, is en wordt geen succesverhaal, zoals u wellicht weet. Maar we kunnen niet besluiten geen-vrienden te zijn. Dat gaat niet, omdat we het nou eenmaal zijn.

Shiny heeft per groot ongeluk zijn leven gestript; hij is in ruim een jaar tijd van een werkverslaafde manager veranderd in een (blij-)moedige, niet-werkende hartpatient. Door een bypassoperatie is hij twee ritssluitingen rijker, één op zijn scheenbeen en één over de borst. Zijn dagbesteding bestaat uit hartrevalidatie.

Voor onze vriendschap maakt het niet uit. Of eigenlijk juist wel: hij is nu gek genoeg een stuk heler dan hij was. Het leven heeft hem op hardhandige wijze van een geestelijk gezwel genaamd Statushonger ontdaan. Aan de enorme moed die Shiny laat zien kan ik nog eens inspiratie ontlenen.

13 September 2009
By on 06:44